Gastronomie: Quartier Latin, Marche-en-Famenne

Vanaf 1627 verkennen de Jezuïeten het terrein in Marche. Ze doen dat vanuit een refugie, een huis dat hen onderdak biedt wanneer ze in de stad verblijven en van waaruit ze contacten kunnen leggen met al wie ter plaatse invloed heeft. De Karmelieten, die in Marche al twee eeuwen een klooster hebben, zien de komst van een nieuwe orde absoluut niet zitten en verzetten ze zich fel. Maar het mag niet baten want in 1648 krijgen de Jezuïeten de officiële toelating om zich in Marche te vestigen en bij hun klooster een college te openen. In dit college kunnen de leerlingen ook Latijn leren, noodzakelijk voor wie zich later met wetenschap, godsdienst of kunst bezig wil gaan houden. De aanwezigheid van deze Latijnse School is voor de inwoners van Marche de reden om deze wijk het Quartier Latin te gaan noemen, net als de Parijse wijk rond de Sorbonne-universiteit. Klooster en school verrijzen hier in 1651, de kerk pas veel later, tussen 1732 en 1740.

De kerk is typisch voor de Jezuïetenorde, die eind 16de eeuw achter landvoogd Alexander Farnese als ware stoottroepen van de contra-reformatie de Spaanse Nederlanden binnenkomen. Zij moeten het volk, dat niet ongevoelig is gebleven voor de ideeën van Luther en Calvijn, weer terugbrengen naar de Ware Kerk. Om de mensen te lokken werd de voorgevel van een Jezuïetenkerk vaak uitbundig versierd. Die opsmuk moest de voorbijganger nieuwsgierig maken naar wat er zich achter die gevel afspeelde en zo stapte hij naar binnen. Hier is de geveldecoratie echter bescheiden gebleven. In 1764 verbiedt de Franse koning Lodewijk XV de orde in zijn land en in 1773 heft paus Clemens XIV de orde zelfs geheel op. De Jezuïeten verlaten dan ook in Marche hun klooster en de poorten van hun college gaan dicht. In 1871 worden de oude gebouwen van de Jezuïeten door het stadsbestuur van Marche overgenomen.

De kerk, die in 1806 na een rampzalige grote stadsbrand nog even als parochiekerk heeft gefungeerd, wordt rond 1872 verbouwd tot stedelijke festiviteitenzaal, later bekend als het Casino. Ook de gemeenteraad houdt daar haar zittingen en naast de gendarmerie krijgt ook de brandweer een plaatsje in het kloostercomplex. De gevel van het oude college wordt in 1875 herbouwd om een gemeenteschool onderdak te geven. Wat later worden op het voorplein twee overdekte openbare wasplaatsen opgetrokken. Daarvan resten vandaag langs de straatzijde twee ontmantelde wasbekkens, die in een ijzeren frame zijn geplaatst om zo het zicht op het plein open te houden. Tussen beide in is een modern bassin met fonteinen.

Nadat het voormalige college zo nog lang allerhande doeleinden heeft gediend, waarbij vooraan langs de straatzijde ruimten werden ingericht als paardenstal en gevangenis, koopt een projectontwikkelaar in 1989 het hele complex om op de plaats van het vroegere college een nieuw hotel-restaurant te bouwen. De voormalige kerk blijft overeind maar enkele latere aanbouwen worden gesloopt om de originele zijgevel beter tot zijn recht te laten komen. Hierin bevinden zich nu het restaurant en op twee verdiepingen daarboven luxe hotelkamers. Met wat goede wil kan een stuk historisch erfgoed dus heel goed een eigentijdse bestemming krijgen. Het is nu overigens ook duidelijk waarom het restaurant (en hotel) “Quartier Latin” heet. Als u er wilt lunchen of dineren is tijdig reserveren gewenst. U bereikt het restaurant op 0032-84-321713. Het adres is Rue des Brasseurs 2 in Marche.

Heeft u ook bijzondere ervaringen met een restaurant in de omgeving van de vakantiehuizen op deze site? Stuur ons dan uw reactie via het contactformulier. Wij geven uw tip graag aan derden door.

Verdient een omweg: Magoster/Beffe Kerstmis 1944

Op 16 december 1944 startte de operatie “Wacht am Rhein”, later bekend als De Slag om de Ardennen. Veel getuigt nu nog van die strijd. Onder meer de tank bij Beffe die na de oorlog vele jaren is blijven staan in een greppel langs de weg net even buiten Magoster. Huurders van Magoster-1 zullen zich vast de zeefafdruk ervan herinneren. Ik kreeg hem toegestuurd van Michael Wooten in Amerika.
De foto hierboven kreeg ik in 2010 van Rick Oldersom is overigens niet de tank van Beffe. Hij toont de Sherman-tank in La Roche in al zijn brute robustheid.

This painting and poem are based on a photograph that was taken in 1974 of a 2nd Armored Division Sherman tank that met it’s fate in a field along a road running between Magoster and Beffe. It was a casualty of the 2nd SS-Panzerdivision in the Ardenne in January of 1945. I could not help but wonder about this silent relic that still remained where it had fallen. Where had it fought prior to being knocked out? Who were the men that comprised the crew? What were they like and what was their fate? This haunting image serves to remind us that, indeed, “Freedom isn’t free.”

        ”By this fence near a quiet wood,
        I sit alone where once I stood,
        Beside my brothers in a row;
        As Panzers attacked from the treeline below.

        The farmland echoed the sound of war,
        Where only peace had been before,
        And here where things are meant to grow,
        I fought and fell in blood-staind snow.

        The years since then have drifted by,
        I rust away beneath the sky,
        In a country free from Hitler’s reign,
        My sacrifice was not in vain.”

Signed by: Michael Wooten, Alabama, USA

Dagje weg: Marche-en-Famenne



De stad Marche-en-Famenne (Waals: Måtche-el-Fåmene) is de officieuze hoofdstad van de geografische streek die Famenne wordt genoemd, een laaggelegen gebied aan de noordwestelijke rand van de Ardennen. Oorspronkelijk was Marche een versterkte stad, maar Lodewijk XIV liet in 1688 de versterkingen slechten, zodat niets is overgebleven dan wat brokken vestingmuur en een wachttoren. Aan de noordwestelijke kant kunnen vooral speleologen genieten van grotten en spelonken zoals de 'Trou des Mutons'. Het loont om te wandelen naar het dorp Waha, met een romaans kerkje met de oudste wijsteen (XIde eeuw) van Belgie. Het centrum, met een fraaie kerk, een paar bezienswaardige musea en een aantal oude panden werd onlangs vernieuwd maar heeft de architecturale sfeer uit het midden van de vorige eeuw behouden. Getuigen hiervan zijn sommige gebouwen van de XVIde eeuw en de kleine straten en steegjes waar het aangenaam is te slenteren.

Het grondgebied van Marche-en-Famenne werd sinds de prehistorie ononderbroken door mensen bewoond. Daarvan getuigt de ontdekking van een harpoen uit de tijd van de rendierjagers en van talloze neolithische pijlpunten. In 1311 werd Marche een versterkte stad en kreeg het een vrijheidsoorkonde. In 1577 tekenden Don Juan van Oostenrijk en de Staten-Generaal van de Belgische Provincies in Marche het verdrag dat de naam van 'Eeuwigdurend Edict' meekreeg. Dit edict bevrijdde de stad van de Spaanse overheersing. De 13de-eeuwse versterkingen werden pas verwijderd tijdens de Franse bezetting, eind 17de eeuw. Van de oorspronkelijke versterking bleef slechts een toren over. De stad kende in de loop van haar geschiedenis een reeks verwoestende branden. Die van 1806 vernielde nagenoeg de hele stad, met inbegrip van de kerk. Deze kerk Saint-Remacle is een bouwwerk in flamboyante gothiekstijl dat verbouwd werd na de branden van 1615 en 1806. De toren in barokstijl dateert van 1715. De kerk bezit enkele interessante kunstwerken.

Le Musée des Francs et de la Famenne, dat in een prachtige woning uit de 18de eeuw is ondergebracht, toont de kunst en de geschiedenis van Marche-en-Famenne. Een eerste deel stelt u de geschiedenis van Marche en de Famenne voor, een woeste streek met een rijke geschiedenis. Een tweede zaal stelt u de civilisatie van de Franken voor, een derde is gewijd aan de 'Maître de Waha', de meester van de gotische beeldhouwkunst van Marche. U vindt het museum aan de Rue du Commerce 17.

Le Musée des Chasseurs Ardennais (Camp Roi Albert, Chaussée de Liège 65) is toegewijd aan het regiment ‘Chasseurs Ardennais’ en vertelt over het leven en de wapenfeiten van deze elite-eenheid. Het bezoek begint met de geschiedenis van het 10de regiment (dat oorspronkelijk de 18de afdeling van de Nederlandse infanterie was en in 1830 overgebracht naar het jonge Belgische leger) en gaat door met de gevechten van 1914-1918, de tweede wereldoorlog en het verzet. De periode van 1946 tot heden wordt geïllustreerd met documenten en uitrustingen met betrekking tot de verscheidene acties van de Chasseurs Ardennais in Congo, Korea, ex-Joegoslavië en Afghanistan. Openingstijden vindt u op de site van Marche.


  Gemakkelijk te bereiken vanuit onze vakantiehuizen in de Belgische Ardennen.


 

Gastronomie: Le Chateau de Rendeux

Het Chateau de Rendeux in Rendeux-Bas is gebouwd in de 17de eeuw. Tot de voormalige eigenaren behoren o.a. de families d’Harscamp en Orban de Xivry. Het Chateau is gelegen op een schitterend landgoed van 8 ha met wandelpaden en grasvelden en is gebouwd in bloksteen op de plaats waar vroeger een ridderhofstede stond. Het landgoed van Rendeux Saint-Lambert werd tijdens de 17de eeuw (1646) gebouwd door de Samres en maakte deel uit van het grondgebied van de Prinsen van Luik. Het gebouw onderging verschillende grondige veranderingen, onder meer in de 18de eeuw door Barthélemy de Monin. Dawance-Orban, schoonbroer van minister Frère-Orban, gaf de woning zijn edele uitstraling. In 1986 werd het kasteel van Rendeux door een grote brand gedeeltelijk vernield. Het werd verlaten en pas in 1997 door de huidige eigenaars gekocht.
Na 6 jaar van werken werd de woning in ere hersteld maar nu als 4-sterrenhotel en idem restaurant. Op hun site zeggen ze zelf dat “onze Franse eerste kok, tweede meester wijnkelner in België, die een internationale roem geniet en die de grootste Franse presidenten heeft gediend, het genoegen heeft u te ontvangen in een restaurant met een heerlijk kader en in een warme, verzorgde stemming”. En inderdaad, in onze gastenboeken vinden we regelmatig goede recensies.
In de zomer eet u buiten op de voorplaats. Een waar genoegen want soms waan je je even kasteelheer in vroeger tijden. Bijtijds reserveren is dan ook gewenst: 0032-84-370000, Route de Hotton, Rendeux-Bas.

Britse en Amerikaanse Oorlogsbegraafplaats Ardennen

Deze site – met haar wortels in de Ardennen – kan niet bestaan zonder aandacht voor de gebeurtenissen die rond Kerst 1944 hebben plaatsgehad. Hotton was de meest westelijke punt van de Duitse opmars bij het Ardennenoffensief en Hotton en la Roche bleken decision points bij het beletten van verdere opmars. Het gebied tussen Ourthe en Aisne was het strijdtoneel van de Amerikanen (7th Armored Division-“Hell on Wheels”, 84th Infantry Division), het gebied ten zuidoosten van de lijn Marche en Hotton vooral van de Britten (53rd Welsh Infantry Division). Aan Duitse zijde ging het om de pantzers van 116. Panzer-Division-“der Windhund”. Nog heden ten dage getuigen vele monumenten van de gebeurtenissen van toen.

De strijd ging ten koste van heel veel doden. De Britse oorlogsbegraafplaats ligt in het zuiden van Hotton op een bosrijk plateau. De meeste soldaten op deze begraafplaats zijn gesneuveld in december 1944 en januari 1945. Maar ook zijn er graven uit mei 1940. Hier rusten 666 soldaten en piloten van het Commonwealth, waaronder één 18-jarige Belg die in het uniform van de 53rd Welsh Division streed. Een-en-twintig graven dragen geen naam.

De gesneuvelde Amerikaanse soldaten zijn elders begraven. Hoog boven het Herveland steekt de Amerikaanse begraafplaats van Henri-Chapelle uit. Daar liggen op 23 hectare bijna 8000 soldaten begraven. Indrukwekkend is de zuilengang die de namen draagt van 450 soldaten waarvan de lichamen nooit werden gevonden.

Voor uzelf en met uw kinderen, een moment van bezinning, een moment van respect. Met recht en reden, een bijzonder reisdoel!

  Gemakkelijk te bereiken vanuit onze vakantiehuizen in de Belgische Ardennen.