Dagje weg: Brugge



Geschiedenis van Brugge

De oudste bron waarop voor het eerst de naam van de stad wordt gebruikt zijn enkele munten van voor 875. Ze vermelden Bruggia en Brucci. Waar de naam Brugge vandaan komt is niet exact bekend. Mogelijk is het een verbastering van de Keltische naam voor de ondertussen gekanaliseerde rivier de Reie, die door Brugge stroomde en in de Noordzee uitmondde. Reie zelf komt van het Keltische woord Rogia, wat “Heilig Water” betekent. De Kelten beschouwden rivieren als goddelijke wezens en het is waarschijnlijk dat de Keltische naam aan de Brugse waterloop is blijven kleven. Door evolutie zou de naam Rogia via Ryggia ook de naam van de stad geworden zijn: Bryggia.

De eerste tekenen van leven op het huidig Brugse grondgebied stammen uit de 2e eeuw n.C. toen er zich een Gallo-Romeinse nederzetting bevond. De naam van Brugge werd voor de eerste keer vermeld tussen 850 en 875. Tussen de 9e en 12e eeuw groeide de stad dankzij de belangrijke haven uit tot een internationaal handelscentrum. Even dreigde de haven in het gedrang te komen door de verzanding van het gebied tussen Brugge en de huidige kuststrook. Het ontstaan van het Zwin, de vaargeul tussen Brugge en de zee, in 1134 zorgde er echter voor dat die verbinding standhield.

In 1089 werd Brugge uitgeroepen tot ‘hoofdstad’ van het graafschap Vlaanderen en van de 13e tot de 15e eeuw kon Brugge beschouwd worden als de economische hoofdstad van Noordwest-Europa. Door zijn belang als handelscentrum zag in Brugge het eerste beursgebouw ter wereld het levenslicht. Daarnaast werd ook de Waterhalle op de Grote Markt als ontmoetingsplaats voor handelaars gebouwd. De 14e eeuw mag de Gouden Eeuw van Brugge genoemd worden. In die tijd telde de stad maar liefst 46.000 inwoners. De binnenstad kreeg een tweede stadswal waarvan tot op vandaag enkele poorten de tand des tijds hebben doorstaan.

Het Bourgondische vorstenhuis had van Brugge haar residentiestad gemaakt en trok heel wat uitmuntende kunstenaars aan. Dit resulteerde in een enorme verrijking van de stad op bouwkundig, artistiek en cultureel vlak. Het monumentale stadhuis is hier een mooi voorbeeld van, maar ook heel wat indrukwekkende kerken en huizen stammen uit die periode. De dood van Maria van Bourgondië in 1482 zorgde echter voor een keerpunt en al gauw trok het vorstenhuis zich uit de stad terug.

Het einde van Brugge als internationale handelsmetropool was in zicht. Antwerpen nam gedurende een eeuw deze rol over en Brugge raakte in verval. Daarna volgden een Oostenrijks bewind, een Franse annexatie, een herenigd Nederland en de Belgische onafhankelijkheid. Van 1600 tot 1885 behoorde Brugge tot de armste steden in de Nederlanden. De bouw van de zeehaven in Zeebrugge in 1896 zorgde voor een heropleving. Tijdens de twee wereldoorlogen bleef Brugge gelukkig zo goed als volledig gespaard van vernielingen.

De mooiste bezienswaardigheden van Brugge

  • Stadspoorten en Windmolens: in de 17e eeuw had Brugge maar liefst 26 windmolens. Nu staan er op de Kruisvest nog vier, waarvan twee in bedrijf als graanmolen. Van de zeven oorspronkelijke stadspoorten zijn er vier bewaard gebleven. De oudste is de Smedenpoort, maar waarom hangt er een doodshoofd aan?
  • Stadhuis (Burg): aan het imposante gotische stadhuis van Brugge werd maar liefst 55 jaar gebouwd. De pronkkamer is de Schepenzaal die een bijzonder fraai bewerkt houten hanggewelf heeft.
  • Belfort (Markt) : de 83 meter hoge Belforttoren aan de Markt helt een beetje naar links. Maar dat is al vier eeuwen zo en de Bruggelingen maken zich dus geen zorgen. Onderweg naar de top kunt u de voormalige schatkamer bekijken en de 47 klokken van de beiaard.
  • Begijnhof: Brugge is een en al historie, maar het Begijnhof spant de kroon. In het Begijnhuisje kunt u zien hoe de bewoonsters leefden. Het Begijnhof grenst aan het Minnewater waar de Bruggelingen nog steeds (voor straf!) zwanen laten rondzwemmen.
  • Heilige Bloedbasiliek: de Heilige Bloedbasiliek is gebouwd bovenop een eerdere kerk uit de 12e eeuw. De trekpleister is een stukje stof met het Heilige Bloed van Jezus, dat een keer per jaar op Hemelvaartsdag in een processie word rondgedragen.
  • Brugge per koets of boot: Brugge is prima te voet te bekijken, maar een rit met de paardenkoets voegt wel iets extra romantisch toe. Ook vanuit de boot krijgt u een hele andere kijk op Brugge. Voor groepen is een ritje met de paardentram mogelijk.
  • Groeningemuseum: het Groeningemuseum is het Brugse Museum voor Schone Kunsten en een absolute must voor kunstliefhebbers. U vindt er een compleet overzicht van de Zuid-Nederlandse en Belgische schilderkunst, van de 15e eeuw tot heden.
  • Kantcentrum: al eeuwen is Brugge een centrum van de kantnijverheid. In dit centrum ziet u niet alleen hoe kant wordt gemaakt, u kunt het ook zelf leren. Nou ja, de allereerste kneepjes dan, want goed kant maken vergt een jarenlange opleiding.
  • Museum voor Volkskunde: dit museum is ondergebracht in voormalige godshuisjes, waar eeuwen geleden de knechten van schoenmakers woonden. U ziet er hoe de mensen destijds in West-Vlaanderen leefden en in de zomer kunt u meedoen aan traditionele volksspelen.
  • Lissewege, één van de mooiste dorpen van Vlaanderen: een handvol fietskilometers van Brugge verwijderd, vind je het mooie polderdorp Lissewege. Met het lieflijke vaartje, het vermaarde abdijschuur-complex Ter Doest, de witte polderhuizen, de imposante kerktoren en de uitgestrekte weiden niet toevallig verkozen tot een van de mooiste dorpen van Vlaanderen.

Meer informatie op Bezienswaardigheden Brugge.



Reacties zijn gesloten.